Butter mochi met zwarte sesam karamel

Butter mochi met zwarte sesam karamel

Butter mochi met zwarte sesam karamel

porties: 8 personen

bereidingstijd: 35 minuten + 60 minuten

 

125 ml plantaardige melk

300 ml kokosmelk

225 gram suiker

225 gram kleefrijstmeel

90 gram boter (kamertemperatuur)

½ theelepel bakpoeder

½ theelepel vanille aroma 

zwarte sesam karamel

50 gram zwarte sesam

100 gram suiker

60 ml slagroom (ongeklopt)

45 gram boter

50 ml water

½ theelepel vanille aroma

overig

100 gram vegan roomkaas

handje aardbeien

  1. Verwarm de oven voor op 180 graden en bekleed een ovenschaal (20 x 20 cm) met bakpapier.
  2. Rooster in een kleine koekenpan de sesamzaadjes circa 2 minuten op middelhoog vuur. Maal de sesam in een koffiemolen tot een fijne poeder.
  3. Mix met een elektrische mixer eerst de boter en suiker glad, voeg daarna de overige ingrediënten voor de butter mochi toe. Blijf mixen totdat het beslag geen klontjes meer bevat.
  4. Schep het beslag over in de ovenschaal en bak deze circa 60 minuten in de oven. Laat de butter mochi compleet afkoelen (het liefst een avond van tevoren)
  5. Zet alle ingrediënten voor de karamelsaus afgewogen klaar.
  6. Meng de vanille aroma met de slagroom.
  7. Zet op laag vuur een steelpan met water en de suiker op. Laat het water helemaal verdampen. Beweeg af en toe je pan (roteren) zodat de suiker goed oplost. Let op! niet roeren. 
  8. Zodra de suiker is opgelost kan je het vuur hoger zetten, zodat de karamel bruin kleurt.
  9. Voeg al roerend de boter toe totdat deze helemaal gesmolten is. Zet het vuur lager.
  10. Voeg nu ook langzaam de slagroom toe. Roer goed door en haal de pan van het vuur.
  11. Voeg de gemalen sesam toe. De karamelsaus zal nu nog redelijk vloeibaar zijn maar dikt in naarmate de saus afkoelt. 
  12. Snijd de butter mochi in vierkante porties en serveer met de zwarte sesam karamel, creamcheese en aardbei.
Empanadas

Empanadas

 
Empanadas
met gegrilde paprika saus, feta, maïs en gehakt
 
bereidingstijd: 50 minuten
porties: 16 stuks
 
Ingrediënten
 
deeg
510 gram bloem
120 gram margarine
180 ml heet water
½ theelepel zout
snuf suiker
 
saus
½ theelepel zout
½ theelepel suiker
3 rode puntpaprika’s
1 rode peper
1 ui
5 tenen knoflook
1 theelepel oregano
½ theelepel komijn
½ theelepel tijm
1 theelepel paprikapoeder
1 theelepel chipotlesaus
zout (naar smaak)
 
vulling
175 gram vegan gehakt
115 gram vegan feta
150 gram crispy maïs uit blik
 
01. Verwarm een oven voor op 225 graden. Pel de ui en snijd doormidden. Was de paprika’s en plaats ze op een bakplaat samen met de ui, knoflooktenen en rode peper. Grill deze circa 30 minuten in de oven en laat daarna afkoelen.
 
02. Meng in een grote kom bloem, zout, suiker en margarine. Voeg het hete water toe kneed vervolgens circa 5 tot 10 minuten, tot er een enigszins gladde deegbal ontstaat. Wikkel in plasticfolie en laat 20 minuten in de koelkast rusten.
 
03. Knijp het vocht uit de gegrilde paprika’s. Voeg de paprika’s met de rest van de saus ingrediënten samen in een maatbeker of keukenmachine en pureer tot een saus.
 
04. Bak het vegan gehakt in een koekenpan. Voeg de saus toe, meng en laat een minuutje sudderen.
 
05. Schep de saus over in een kom en voeg de maïs toe. Verkruimel de feta en meng met de vulling.
 
06. Zet de frituurpan aan op 180 graden en leg een bord met keukenpapier klaar.
 
07. Verdeel het deeg in 16 gelijke stukken (ongeveer 50 gram per deegbolletje). Rol een bolletje uit tot een dikte van ongeveer ½ cm. Schep de vulling in het midden van het deegrolletje en vouw dicht (vraag de docent om de verschillende vouwtechnieken).
 
08. Herhaal dit tot de deegbolletjes op zijn en frituur de empanadas 3 tot 5 minuten of totdat deze goudbruin zijn. Besprenkel de empanadas daarna eventueel met wat extra zout en serveer!
 
🌱 Voeg wat zwarte bonen toe aan de vulling en serveer met rijst voor een makkelijke, verrukkelijke maaltijd.
 
🌱 Maak de saus in veelvoud en voeg er wat tomaten aan toe en je hebt een romige, smaakvolle saus voor enchiladas of pasta!
Dadar gulung

Dadar gulung

Oh dadar gulung… wat houden we van je!

Zacht kokospannekoekje met de smaak van pandan en palmsuiker… Wie wilt?!

Helaas werden ze altijd allemaal opgegeten en meegenomen tijdens de workshops en hebben we niks meer, maar we delen het recept gewoon met je! Het is zo gepiept.

Een ander cilindervormige Indonesische snack waar we trouwens gék op zijn zijn lempers. Deze komen ook uit onze vorige kookworkshop maar ze zijn te goed om voor onszelf te houden. We hebben het recept dus toegevoegd aan de workshop Indonesische rijsttafel.

Voorbereiding: 10 minuten
Kooktijd: 35 minuten
Totaal: 45 minuten
Aantal stuks: 8

2 eetlepels basterdsuiker
100 gram kokosrasp
50 ml water
100 gram gula djawa
200 gram bloem
1 theelepel baksoda
370 ml plantaardige melk
2 eetlepels zonnebloemolie
50 ml pandan extract

1. Stamp in een vijzel de gula djawa fijn zodat het makkelijk oplost. Voeg water, basterdsuiker en gula djawa samen in een pan en kook op laag vuur tot het alles opgelost is.
2. Voeg de kokosrasp toe en meng goed. Zodra de kokos bruin gekleurd is laat je deze goed afkoelen.
3. Maak een beslag door de bloem, baksoda en vervolgens de plantaardige melk, zonnebloemolie en pandan extract te mixen. Mix met een garde tot er geen klontjes meer inzitten en laat het beslag dan circa 5 minuten staan.
4. Verwarm een klein laagje olie in een pan en giet een klein beetje van het beslag in de pan. Spreid het beslag zo veel mogelijk uit in de pan zodat je een dunne crêpe krijgt.
5. Bak de crêpe voor ongeveer een minuut tot twee minuten. Keer om en bak de andere kant van de crêpe.
6. Vul de crêpe met de kokosvulling en rol dicht. Vouw de linker- en rechterzijde naar binnen zodat je een mooi pakketje krijgt.